Menu

Doorlopende uitvoeringskosten in het nieuwe pensioenstelsel

Doorlopende uitvoeringskosten kunnen een sterk negatief effect op de hoogte van het pensioen hebben. Hoe kunnen we dat voorkomen? 

Onderzoek

Er is door PricewaterhouseCoopers (PwC) in opdracht van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek verricht naar de effecten van het nieuwe pensioenstelsel op de doorlopende uitvoeringskosten. De minister heeft gekozen voor een commerciële partij. Daar zijn meer dan tien jaar geleden vraagtekens bij gezet. Het betrof toen meerdere onderzoeken over hetzelfde thema; de uitvoeringskosten.

In hoofdlijnen

Omdat er nog te weinig details bekend zijn over de exacte invulling van het akkoord bouwt PwC terecht een voorbehoud in. Het rapport behandelt alles in hoofdlijnen en exclusief de extra kosten die te maken hebben met de omvangrijke wijziging van het pensioenstelsel. Zoals het verplichte pensioentransitieplan dat bij aanvang moet worden gemaakt.

Pensioenhervormingen in andere landen

In Australië en het Verenigd Koninkrijk heeft zich eerder een grootschalige pensioenhervorming voorgedaan. De minister verwacht geen ‘Australische toestanden’ omdat bij ons een deelnemer niet vrij is zelf een pensioenuitvoerder te kiezen. Deze keuzevrijheid werkt kostenverhogend. Tevens kennen wij geen provisiebetalingen meer. De provisies en advieskosten snoepen in Australië op een niet-transparante wijze een deel van het pensioenvermogen af. Het pensioenvermogen dat op pensioendatum nodig is om het pensioen mee aan te kunnen kopen.

Wat verdient aandacht?

Aandachtspunten die uit het rapport naar voren komen zijn vooral het tegengaan van complexiteit. Complexiteit verhoogt de kosten. Hoe het simpel te houden? Door het keuzepallet te beperken, door maatwerk binnen het werknemerspensioen geen prioriteit te laten zijn en de daarmee gepaard gaande communicatiekosten in toom te houden.

De geïnterviewde pensioenuitvoerders vrezen dat de volgende elementen onder andere kostprijsverhogend zullen zijn:

  • dubbele noordrem, de twee ondergrenzen die in het Pensioenakkoord zijn gesteld;
  • niet-invaren van de oude (vaak hardere) aanspraken in het nieuwe pensioenstelsel leidt tot een verdubbeling van administratie en kosten;
  • individueel maatwerk en langdurige compensatieregelingen;
  • keuze beleggingsprofielen in een collectief systeem; en
  • verplichte pensioenopbouw voor ZZP-ers.

Verplichte pensioenopbouw ZZP-er:

Het laatste punt verdient in ieder geval extra aandacht. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat pensioenuitvoerders deze variant niet aanbieden. De administratie- en communicatiekosten zijn te hoog. Dat hoeft geen probleem te zijn. Een verplichte reservering voor later zou ook mogelijk gemaakt kunnen worden in een privé af te sluiten product.

Laat de gebruiker betalen

Waar een verplichting op komt, op een werknemerspensioen of een privé product, maakt eigenlijk niet uit als de gebruiker(s) maar betaalt voor de benodigde informatievoorziening. Dan is het zelfs voor een pensioenuitvoerder (voor het werknemerspensioen) kostentechnisch beter uitvoerbaar. Echter de tendens is dat de toenemende informatiekosten over het collectief worden omgeslagen. Dit drukt op het pensioenresultaat van alle (gewezen) deelnemers, ook op degenen die het zelf (laten) uitzoeken. Zie mijn eerdere artikel: ‘Het in rekening brengen van informatie-/advieskosten’.

Mogelijk toekomstbeeld

De transitie is al ingewikkeld genoeg, als vervolgens het nieuwe werknemerspensioen relatief simpel en goedkoop kan worden gehouden, de keuzemogelijkheden worden verlegd naar privé (spaargeld, beleggingen, lijfrentevoorzieningen etc.) kunnen werknemers en zelfstandigen zelf voor maatwerk kiezen. Op deze manier zorgt de AOW voor een basisinkomen (eerste pijler), het werknemerspensioen vult gestandaardiseerd aan (tweede pijler), en de derde pijler blijft voor de echte fijnproever, maatwerk voor zij die hun keuzes bewust wensen te maken.

Het nieuwe pensioenstelsel is qua doorlopende uitvoeringskosten: simpel, goedkoop en zonder keuzestress uit te voeren.

Bijgewerkt op 10 februari 2020.