Menu

Het nieuwe pensioencontract

De nieuwe premieregeling, het nieuwe pensioencontract, kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. Omdat de premie-inleg van de jongeren langer kan renderen bouwen zij (naar verwachting) meer pensioen op dan oudere deelnemers.

De premieregeling komt in drie varianten beschikbaar:

Vaste premie

Een premieregeling met een vaste premie kon altijd al. Alleen is de vaste premie vaak te laag voor een adequate pensioenopbouw. Dat gaat veranderen. Het fiscaal maximum gaat naar 30%. In de memorie van toelichting staat dat deze 30% inclusief kosten voor vermogensbeheer en het afdekken van de beleggingsrisico’s is en exclusief:

  • administratiekosten;
  • incasso- en excassokosten;
  • risicopremies voor een partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum;
  • wezenpensioen;
  • nabestaandenoverbruggingspensioen;
  • arbeidsongeschiktheidspensioen; en
  • premievrijstelling bij invaliditeit.

Degressieve opbouw

Omdat de premie voor oudere deelnemers minder lang kan renderen is er sprake van een zogenoemde degressieve opbouw. Ouderen bouwen relatief minder pensioen dan hun jongere collega’s op.

Zekerheid

Door de overgang naar een premieovereenkomst verschuiven de risico’s naar de deelnemers. Een vaste premie vervangt de gegarandeerde pensioenuitkering. Het is mogelijk de risico’s uitgebreid of beperkt te delen. Een solidaire premieovereenkomst deelt de risico’s uitgebreider dan een flexibele premieovereenkomst en een premie-uitkeringsovereenkomst biedt zelfs de mogelijkheid 15 jaar voor het bereiken van de AOW-leeftijd de toekomstige pensioenuitkeringen toch gegarandeerd te krijgen. Deze garantie kent ook nadelen. Meer informatie over de verschillen is te lezen in de onderstaande paragrafen.   

1. Solidaire premieovereenkomst

Naar verwachting de keuze van veel pensioenfondsen

De solidaire premieregeling kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. De beschikbaar gestelde premie wordt collectief belegd. Op basis van een uniforme scenario-analyse toetst de pensioenuitvoerder of de premie voldoende is om de beoogde pensioendoelstelling te behalen. Deze toetsing vindt bij de opdrachtaanvaarding plaats en periodiek. Minimaal eens per 5 jaar.

Geen shoprecht

Het pensioenkapitaal blijft bij het pensioenfonds, ook tijdens de uitkeringsfase. Shoppen (met een eventuele waardeoverdracht naar een andere pensioenuitvoerder tot gevolg) op pensioendatum is bij de solidaire premieovereenkomst niet mogelijk. Dit omdat bij deze premieovereenkomst het beleggingsrisico, sterfteresultaat en de gevolgen van een stijgende of dalende levensverwachting worden gedragen door alle deelnemers, slapers en pensioengerechtigden. De pensioenuitkering is variabel.

Collectieve deling van mee- en tegenvallers

Het collectief behaalde beleggingsresultaat wordt verdeeld onder de deelnemers. De verdeelregels zijn vooraf vastgelegd, passend bij de risicohouding. Er wordt onderscheid gemaakt tussen beschermingsrendement en overrendement. Tevens is er sprake van een solidariteitsreserve om financiële mee- en tegenvallers met toekomstige opbouw te delen. Maximaal mag de reserve 15% van het totale fondsvermogen bedragen. De solidariteitsreserve is geen afgescheiden beleggingsvermogen maar onderdeel van het totale vermogen.

2. Flexibele premieovereenkomst

De flexibele premieregeling kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. De overeengekomen premie wordt individueel belegd. Op pensioendatum kan het opgebouwde pensioenkapitaal worden omgezet in een vaste of variabele uitkering. Het overhevelen van het pensioenkapitaal naar een andere pensioenuitvoerder is mogelijk afhankelijk van welke pensioenuitvoerder de flexibele premieregeling uitvoert.

Waardeoverdracht op pensioendatum

Wie van de verschillende pensioenaanbieders biedt het beste tarief? Daar kan de deelnemer naar op zoek gaan afhankelijk van bij welke pensioenuitvoerder het kapitaal is opgebouwd.

Verzekeraar

Als deze flexibele regeling tijdens de opbouwfase door een verzekeraar wordt uitgevoerd is waardeoverdracht van het belegde kapitaal altijd mogelijk.

Pensioenfonds

Bij een pensioenfonds als uitvoerder is een waardeoverdracht op pensioendatum alleen mogelijk indien de deelnemer een uitkeringsvorm wenst die het pensioenfonds niet uitvoert.

Premiepensioeninstelling

Een premiepensioenintelling draagt het pensioenkapitaal altijd over als de deelnemer een vaste pensioenuitkering wenst. Premiepensioeninstellingen voeren namelijk alleen variabele pensioenuitkeringen uit omdat zij geen biometrische risico’s verzekeren.

Risicodelingsreserve

Een risicodelingsreserve is ter bescherming van de verplichtstelling bij uitvoering van een flexibele premieovereenkomst door een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. Echter deze reserve is ook beschikbaar voor verzekeraars. Net zoals bij een solidariteitsreserve om financiële mee- en tegenvallers met toekomstige opbouw te delen. Een risicodelingsreserve is uitdrukkelijk niet bedoeld om slechte beleggingsresultaten bij een flexibele premieovereenkomst met beleggingsvrijheid mee op te vangen. Collectief compenseren van beleggingsresultaten past namelijk niet bij de beleggingsvrijheid voor de deelnemer.

Lifecycle-belegging

Flexibele premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid gedurende de opbouwperiode maken vrij beleggen binnen het fondsenpalet van de pensioenuitvoerder mogelijk. Of de deelnemer wijkt niet af maar belegt volgens het lifecycle-principe.

Leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid

Bij een lifecycle wordt het beleggingsrisico afgestemd op de leeftijd van de deelnemer. De jongere deelnemer belegt bij een lifecycle-belegging risicovoller dan de oudere deelnemer. Naarmate de pensioenleeftijd nadert kiest de pensioenuitvoerder voor een minder risicovolle beleggingsmix. Dat is de standaard, de zogenoemde ‘default’. Dit heeft als keerzijde dat het nemen van minder risico de kans op een hoger rendement verlaagt.

Afwijken van de lifecycle, vrij beleggen

Is artikel 52 Pensioenwet, ‘Zorgplicht bij flexibele premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid’, ook beschikbaar voor deelnemers van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds? In de opbouwfase kunnen deelnemers van een bedrijfstakpensioenfonds dat een flexibele premieovereenkomst uitvoert vrij beleggen. Onder voorwaarden en alleen als het bedrijfstakpensioenfonds deze vrije beleggingsoptie aanbiedt.

Vrijheid in het nemen van meer risico en de kans op meer rendement

Pensioenuitvoerders die niets met een verplichtstelling te maken hebben kunnen deelnemers in ieder geval beleggingsvrijheid geven. Afhankelijk van de deelnemer is er misschien wel de wens risicovoller te beleggen. De factor ‘tijd’ in combinatie met offensievere beleggingen verhogen de kans op hogere beleggingsresultaten. Natuurlijk gaat dit gepaard met extra risico’s die de deelnemer bewust voor lief neemt.

Daarnaast kan de deelnemer zelf bepalen, binnen het aanbod van de pensioenuitvoerder, waarin hij wil beleggen. Ook niet onbelangrijk. Misschien kiest hij wel voor het meest duurzame fonds, een fonds op basis van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)-richtlijnen. Of kiest hij voor een beleggingscombinatie waarvan hij meer rendement verwacht.

Blijft de verplichtstelling houdbaar?

Verplicht gestelde pensioenfondsen zullen de flexibele premieovereenkomst alleen aanbieden als de verplichtstelling op basis van de Wet Bedrijfstakpensioenfonds 2000 niet in gevaar komt. Een bedrijfstakbrede acceptatieplicht én de verplichtstelling als middel om rendabele en niet rendabele diensten tegen aanvaardbare kosten te blijven uitvoeren kunnen ervoor zorgen dat de verplichtstelling niet in gevaar komt. Zie ook: ‘Analyse verplichtstelling na pensioenakkoord houdbaar‘.

Begrensde risicodeling

Collectief kunnen risico’s als wijzigingen in de levensverwachting en beleggingsrendementen worden gedeeld. Bij sterfteresultaten is er geen andere keuze, daar is altijd sprake van een collectief toedelingsmechanisme. Meer risicodeling is in de flexibele premieovereenkomst niet mogelijk. Misschien wel wenselijk als het doel is de verplichtstelling veiliger te stellen.

Ook dit onderwerp blijft voorlopig onder constructie

3. Premie-uitkeringsovereenkomst

Een deelnemer kan 15 jaar voor het bereiken van de AOW-leeftijd verzoeken het reeds opgebouwde beleggingskapitaal en eventueel toekomstige premies om te zetten naar een vastgestelde uitkering. De toekomstige pensioenen worden hierdoor gegarandeerd. Op basis van een nominale garantie. Dat houdt in dat de deelnemer en latere pensioengerechtigde de kans mist op koopkrachtbehoud. Hij loopt door het vaststellen van zijn pensioen dus wel een inflatierisico. Aan de andere kant wordt het pensioen ook niet lager. Hij verzekert de hoogte. Dit pensioenkarakter is dan ook alleen door een verzekeraar uit te voeren. Een combinatie tussen een vaste en gedeeltelijk variabele pensioenuitkering is ook mogelijk.   

Bijgewerkt op 2 april 2022.

Neem contact op