Menu

Het nieuwe pensioencontract

De nieuwe premieregeling, het nieuwe pensioencontract, kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. Omdat de premie-inleg van de jongeren langer kan renderen bouwen zij (naar verwachting) meer pensioen dan ouderen op.

De premieregeling is in vier varianten beschikbaar:

  1. het nieuwe contract;
  2. de verbeterde premieovereenkomst die ook voor bedrijfstakpensioenfondsen beschikbaar komt;
  3. de bestaande premie-kapitaalovereenkomst; en
  4. de bestaande premie-uitkeringsovereenkomst.

Vaste premie

Een premieregeling met een vaste premie kon altijd al. Alleen is de vaste premie vaak te laag. Een premieregeling waarbij de premie-inleg is gebaseerd op een actuariële (leeftijdsafhankelijke) staffel benadert de uitkeringsovereenkomst (middelloonregeling) beter. En dat was het uitgangspunt, het benaderen van een uitkeringsovereenkomst.

Een vast percentage met een hoge premie-inleg kan hetzelfde resultaat behalen. Daarom gaat het fiscaal maximum naar 30%. In de memorie van toelichting staat dat deze 30% inclusief kosten voor vermogensbeheer en het afdekken van de beleggingsrisico’s is. Het maximum is exclusief:

  • administratiekosten;
  • incasso- en excassokosten;
  • risicopremies voor een partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum;
  • wezenpensioen;
  • nabestaandenoverbruggingspensioen;
  • arbeidsongeschiktheidspensioen; en
  • premievrijstelling bij invaliditeit.

Degressieve opbouw

Omdat de premie voor de ouderen minder lang kan renderen is er sprake van een zogenoemde degressieve opbouw. Ouderen bouwen relatief minder pensioen dan hun jongere collega’s op.

Zekerheid

De risico’s verschuiven naar de deelnemers. Een vaste premie vervangt de gegarandeerde pensioenuitkering. Het is mogelijk de risico’s uitgebreid of beperkt te delen. ‘Het nieuwe contract’ deelt de risico’s uitgebreid. De verbeterde premieovereenkomst deelt de risico’s beperkter en is een variant op de regeling die sinds de inwerkingtreding van de Wet verbeterde premieregeling mogelijk is.   

Het nieuwe contract

Naar verwachting de keuze van veel pensioenfondsen.

De nieuwe premieregeling kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. Een premie die naar verwachting voldoende is om de door de sociale partners afgesproken pensioendoelstelling te behalen. Het geld blijft bij het pensioenfonds, ook tijdens de uitkeringsfase. De pensioenuitkering is variabel. Het shoppen tussen verschillende pensioenaanbieders is bij het nieuwe contract niet mogelijk. Dit omdat bij het nieuwe contract het beleggingsrisico, sterfteresultaat en de gevolgen van een stijgende of dalende levensverwachting wordt gedragen door alle deelnemers, slapers en pensioengerechtigden.

Stabiliseren pensioenuitkeringen, het dempen van de schokken

Om de pensioenuitkeringen te stabiliseren zijn de volgende tools beschikbaar:

  • mee- en tegenvallers worden leeftijdsgerelateerd toebedeeld. Uitschieters treffen de jongeren zwaarder. De factor ‘tijd’ (een langere beleggingshorizon) kan in hun voordeel werken. Daardoor kunnen de jongere deelnemers de mee- en tegenvallers beter opvangen is de gedachte;
  • gespreid verwerken financiële schokken. Financieel slechte jaren worden gecompenseerd door goede jaren; en
  • een solidariteitsreserve. Een solidariteitsreserve is een collectieve vermogensreserve waarmee financiële mee- of tegenvallers met toekomstige opbouw kunnen worden gedeeld. Maximaal mag de reserve 15% van het totale fondsvermogen bedragen.

Verbeterde premieovereenkomst

De verbeterde premieovereenkomst is op dit moment al mogelijk voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen. Daar komen bedrijfstakpensioenfondsen na inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Wet toekomst pensioenen’ als pensioenuitvoerder bij.

De beleggings- en overlevingsresultaten kunnen individueel worden toebedeeld of collectief. Een geleidelijke omzetting behoort tevens tot de mogelijkheden. Tot het moment van een eventuele omzetting is er sprake van een gescheiden opbouw- en uitkeringsfase.

Lifecycle-belegging gedurende de opbouwfase

Totdat het persoonlijk vermogen wordt omgezet naar een collectief pensioenvermogen zal de pensioenuitvoerder beleggen volgens het lifecycle-principe.

Bij een lifecycle wordt het beleggingsrisico afgestemd op de leeftijd van de deelnemer. De jongere deelnemer belegt bij een lifecycle-belegging risicovoller dan de oudere deelnemer. Naarmate de pensioenleeftijd nadert kiest de pensioenuitvoerder voor een minder risicovolle beleggingsmix. Dat is de standaard, de zogenoemde ‘default’. Dit heeft als keerzijde dat het nemen van minder risico de kans op een hoger rendement verlaagt.

Of de deelnemer kiest er zelf voor van deze standaard af te wijken.

Afwijken van de lifecycle, vrij beleggen

Is artikel 52 Pensioenwet, beleggingsvrijheid in de opbouwfase, ook beschikbaar voor deelnemers van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds? Zolang er sprake is van een persoonlijk pensioenvermogen, dus voordat het kapitaal wordt omgezet naar het collectieve pensioenvermogen, kunnen deelnemers van een bedrijfstakpensioenfonds vrij beleggen. Onder voorwaarden en alleen als bedrijfstakpensioenfondsen deze optie aanbieden.

Vrijheid in het nemen van meer risico en de kans op meer rendement.

Pensioenuitvoerders die niets met een verplichtstelling te maken hebben kunnen deelnemers in ieder geval de vrijheid geven. Afhankelijk van de deelnemer is er misschien wel de wens risicovoller te beleggen. De factor ‘tijd’ in combinatie met offensievere beleggingen verhogen de kans op hogere beleggingsresultaten. Natuurlijk gaat dit gepaard met extra risico’s die de deelnemer bewust voor lief neemt.

Daarnaast kan de deelnemer zelf bepalen, binnen het aanbod van de pensioenuitvoerder, waarin hij wil beleggen. Ook niet onbelangrijk. Hij kiest bijvoorbeeld voor het meest duurzame fonds, een fonds op basis van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)-richtlijnen.

Pensioendatum

Op pensioendatum zijn er wederom keuzes te maken. Afhankelijk van de pensioenuitvoerder en/of de deelnemer tot een collectieve kring zal (of reeds is) toetreden. Zolang het pensioenvermogen persoonlijk en niet collectief is, kan de deelnemer met zijn pensioenkapitaal shoppen op pensioendatum. Wie van de verschillende pensioenaanbieders biedt het beste tarief? Daar kan hij naar op zoek gaan en eventueel een overstap wagen.

Wil de deelnemer een stabiele pensioenuitkering (vastgesteld) of één die afhankelijk is van beleggingsresultaten (variabel)? De afwijkingen veroorzaakt door beleggingsresultaten kunnen in toom worden gehouden. Als regel geldt dat met de afname van de risico’s ook de winstkansen afnemen. 

Blijft de verplichtstelling houdbaar?

Verplicht gestelde pensioenfondsen zullen de verbeterde premieovereenkomst alleen aanbieden als de verplichtstelling niet in gevaar komt. Een bedrijfstakbrede solidariteit én de verplichtstelling als middel om rendabele en niet rendabele diensten tegen aanvaardbare kosten te kunnen blijven uitvoeren kunnen ervoor zorgen dat de verplichtstelling niet in gevaar komt. Zie ook: ‘Analyse verplichtstelling na pensioenakkoord houdbaar‘.

Begrensde risicodeling.

Collectief kunnen risico’s als wijzigingen in de levensverwachting en beleggingsrendementen worden gedeeld. Bij sterfteresultaten is er geen andere keuze, daar is altijd sprake van een collectief toedelingsmechanisme. Meer risicodeling is in de verbeterde premieovereenkomst niet mogelijk. Misschien wel wenselijk als het doel is de verplichtstelling veiliger te stellen.

De risicodeling moet in deze variant niet te beperkt worden. De hoofdlijnennotitie spreekt van: ‘Verdergaande risicodeling is bij de bestaande premieregeling echter niet mogelijk’ en ‘De verplichtstelling kan steviger onderbouwd worden als de WVP wordt aangevuld met meer risicodeling’.  

Ook dit onderwerp blijft voorlopig onder constructie.

Bijgewerkt op 29 december 2020.

Neem contact op