Menu

Het nieuwe pensioencontract

De nieuwe premieregeling, het nieuwe pensioencontract, kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. Omdat de premie-inleg van de jongeren langer kan renderen bouwen zij (naar verwachting) meer pensioen dan ouderen op.

De premieregeling is in twee varianten beschikbaar:

  • een variant met een uitgebreide risicodeling, het nieuwe contract; en
  • de bestaande premieovereenkomst met beperkte risicodeling komt ook voor bedrijfstakpensioenfondsen beschikbaar.

Vaste premie

Een premieregeling met een vaste premie kon altijd al. Alleen is de vaste premie vaak te laag. Een premieregeling waarbij de premie-inleg is gebaseerd op een actuariële (leeftijdsafhankelijke) staffel benadert de uitkeringsovereenkomst (middelloonregeling) meestal beter. En dat was het uitgangspunt, het benaderen van een uitkeringsovereenkomst.

Een vast percentage met een hoge premie-inleg kan hetzelfde resultaat behalen. Daarom gaat het fiscaal maximum naar 30% of 33% (nog onder constructie).

Degressieve opbouw

Omdat de premie voor de ouderen minder lang kan renderen is er sprake van een zogenoemde degressieve opbouw. Ouderen bouwen relatief minder pensioen dan hun jongere collega’s op.

Zekerheid

De risico’s verschuiven naar de deelnemers. Een vaste premie vervangt de gegarandeerde pensioenuitkering. Het is mogelijk de risico’s uitgebreid of beperkt te delen. ‘Het nieuwe contract’ deelt de risico’s uitgebreid. De premieovereenkomst met een beperkte risicodeling is een (variant) op de regeling die sinds de inwerkingtreding van de Wet verbeterde premieregeling mogelijk is.   

Premieovereenkomst met uitgebreide risicodeling, het nieuwe contract

Naar verwachting de keuze van veel pensioenfondsen.

De nieuwe premieregeling kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. Een premie die naar verwachting voldoende is om de door de sociale partners afgesproken pensioendoelstelling te behalen. Het geld blijft bij het pensioenfonds, ook tijdens de uitkeringsfase. Het shoppen tussen verschillende pensioenaanbieders is bij het nieuwe contract niet mogelijk.

Er is sprake van één collectief vermogen voor alle deelnemers, slapers en gepensioneerden. Het voor de uitkering gereserveerd vermogen wordt opgebouwd met premies, behaalde rendementen en bijdragen vanuit de collectieve solidariteitsreserve.

Stabiliseren pensioenuitkeringen, het dempen van de schokken

Om de pensioenuitkeringen te stabiliseren zijn de volgende tools beschikbaar:

  • mee- en tegenvallers worden leeftijdsgerelateerd toebedeeld. Uitschieters treffen de jongeren zwaarder. De factor ‘tijd’ (een langere beleggingshorizon) werkt volgens de hooflijnennotitie in hun voordeel. Daardoor zouden de jongere deelnemers de mee- en tegenvallers beter kunnen opvangen;
  • gespreid verwerken financiële schokken; en
  • in slechte jaren dempt de solidariteitsreserve de tegenvallers.

Een solidariteitsreserve is een collectief (niet toebedeeld) vermogen opgebouwd uit premies en overrendement. Maximaal mag de reserve 15% van het totale fondsvermogen bedragen.

Premieregeling met beperkte risicodeling

De verbeterde premieregeling is op dit moment al mogelijk voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen.

Ook voor verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. 

De voordelen van de verbeterde premieregeling zullen na inwerkingtreding van het pensioenakkoord voortaan ook beschikbaar zijn voor bedrijfstakpensioenfondsen. Onder voorwaarden dat gepensioneerden in de uitkeringsfase de risico’s collectief delen.

Collectieve risicodeling vóór uitkeringsfase

Het eerder collectief delen van risico’s is ook mogelijk; ‘sociale partners kunnen een collectieve variant afspreken waarbij de deelnemer in de periode vóór pensionering geleidelijk kan instromen in een collectieve uitkeringsfase, waarbinnen risico’s worden gedeeld’. Het persoonlijk pensioenvermogen wordt op deze manier geleidelijk omgezet in een volledig collectief pensioenvermogen.

Tot het moment van omzetting is er sprake van een gescheiden opbouw- en uitkeringsfase. Zolang het pensioenvermogen persoonlijk en niet collectief is, kan de deelnemer met zijn pensioenkapitaal shoppen op pensioendatum. Wie van de verschillende pensioenaanbieders biedt het beste tarief? Daar kan hij naar op zoek. Misschien is het tijdens de opbouwperiode mogelijk vrij te beleggen met het persoonlijke vermogen. Binnen het aanbod van de pensioenuitvoerder. Op dit moment zijn de antwoorden nog niet aanwezig.

Blijft de verplichtstelling houdbaar?

Verplicht gestelde pensioenfondsen zullen de variant met beperkte risicodeling alleen aanbieden als de verplichtstelling niet in gevaar komt. Een bedrijfstakbrede solidariteit en de verplichtstelling als middel om rendabele en niet rendabele diensten tegen aanvaardbare kosten te kunnen blijven uitvoeren kunnen ervoor zorgen dat de verplichtstelling niet in gevaar komt. Zie ook: ‘Analyse verplichtstelling na pensioenakkoord houdbaar‘.

Risico’s als wijzigingen in de levensverwachting, beleggingsrendementen en sterfteresultaten kunnen worden gedeeld. Meer risicodeling is in deze variant met beperkte risicodeling niet mogelijk. Misschien wel wenselijk als het doel is de verplichtstelling veiliger te stellen.

De risicodeling moet in deze variant niet te beperkt worden.

De hoofdlijnennotitie spreekt van: ‘Verdergaande risicodeling is bij de bestaande premieregeling echter niet mogelijk’ en ‘De verplichtstelling kan steviger onderbouwd worden als de WVP wordt aangevuld met meer risicodeling’.  

Totdat het persoonlijk vermogen wordt omgezet naar een collectief pensioenvermogen zal de pensioenuitvoerder beleggen volgens het lifecycle-principe.

Lifecycle-belegging

Totdat het persoonlijk vermogen wordt omgezet naar een collectief pensioenvermogen zal de pensioenuitvoerder beleggen volgens het lifecycle-principe.

Het persoonlijk pensioenvermogen groeit met de jaren door de leeftijdsonafhankelijke premie-inleg en beleggingsresultaten. De pensioenuitvoerder kiest doorgaans voor lifecycle-beleggen. Bij een lifecycle wordt het beleggingsrisico afgestemd op de leeftijd van de deelnemer. De jongere deelnemer belegt bij een lifecycle-belegging risicovoller dan de oudere deelnemer. Naarmate de pensioenleeftijd nadert kiest de pensioenuitvoerder voor een minder risicovollere beleggingsmix. Dat is de standaard, de zogenoemde ‘default’. Dit heeft als keerzijde dat het nemen van minder risico de kans op een hoger rendement verlaagt. Of de deelnemer kiest er zelf voor van deze standaard af te wijken.

Afwijken van de lifecycle, vrij beleggen

Is artikel 52 Pensioenwet, beleggingsvrijheid in de opbouwfase’ ook beschikbaar voor deelnemers van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds? Zolang er sprake is van een persoonlijk pensioenvermogen, dus voordat het kapitaal wordt omgezet naar het collectieve pensioenvermogen? De nabije toekomst zal het uitwijzen.

Pensioenuitvoerders die niets met een verplichtstelling te maken hebben kunnen deelnemers in ieder geval wel de vrijheid geven. Afhankelijk van de deelnemer is er misschien wel de wens risicovoller te beleggen. De factor ‘tijd’ in combinatie met offensievere beleggingen verhogen de kans op hogere beleggingsresultaten. Natuurlijk gaat dit gepaard met extra risico’s die de deelnemer bewust voor lief neemt.

Daarnaast kan de deelnemer zelf bepalen, binnen het aanbod van de pensioenuitvoerder, waarin hij wil beleggen. Ook niet onbelangrijk. Hij kiest bijvoorbeeld voor het meest duurzame fonds, een fonds op basis van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)-richtlijnen.

Pensioendatum

Op pensioendatum zijn er wederom keuzes te maken. Afhankelijk van de pensioenuitvoerder en/of de deelnemer tot een collectieve kring zal of reeds is toegetreden. Wil de deelnemer een stabiele pensioenuitkering of één die afhankelijk is van beleggingsresultaten? De afwijkingen veroorzaakt door beleggingsresultaten kunnen in toom worden gehouden. Als regel geldt dat met de afname van de risico’s ook de winstkansen afnemen.

Neem contact op