Menu

Nieuwe premieregeling wat houdt het in

De nieuwe premieregeling kent een leeftijdsonafhankelijke (vaste) premie. Omdat de premie-inleg van de jongeren langer kan renderen bouwen zij (naar verwachting) meer pensioen dan ouderen op. De bestaande premieovereenkomst met beperkte risicodeling komt ook voor bedrijfstakpensioenfondsen beschikbaar en er komt een variant met een uitgebreide risicodeling.

Vaste premie

Een premieregeling met een vaste premie kon altijd al. Een premieregeling waarbij de premie-inleg is gebaseerd op een actuariële leeftijdsstaffel benadert de uitkeringsovereenkomst (middelloonregeling) veel beter. En dat was het uitgangspunt, het benaderen van een uitkeringsovereenkomst.

De nieuwe premieregeling is echter niet langer leeftijdsafhankelijk. Een gelijke premie voor iedereen is het uitgangspunt. Omdat de premie voor de ouderen minder lang kan renderen is er sprake van een zogenoemde degressieve opbouw. Ouderen bouwen relatief minder pensioen dan hun jongere collega’s op.

Zekerheid

De nieuwe premieregelingen bieden niet de zekerheden die een uitkeringsovereenkomst nu nog biedt. Een vaste premie vervangt de gegarandeerde pensioenuitkering. De risico’s verschuiven naar de deelnemers. Het is mogelijk de risico’s uitgebreid of beperkt te delen. Er zijn twee smaken; een premieovereenkomst met uitgebreide of beperkte risicodeling.

Premieovereenkomst met uitgebreide risicodeling

Naar verwachting de keuze van veel pensioenfondsen.

De leeftijdsonafhankelijke premie wordt direct omgezet in een voorwaardelijke pensioenaanspraak. Er vindt bij een premieregeling met uitgebreide risicodeling een collectieve deling plaats van de beleggingsrisico’s, de ontwikkeling van het sterfteresultaat en/of levensverwachting. De financiële schokken worden (net zoals bij de verderop te bespreken beperkte risicodeling) gespreid verwerkt in de voorwaardelijk pensioenaanspraken. Hoe?

Gespreid verwerken financiële schokken

Overschotten of tekorten komen toe aan deelnemers, slapers en gepensioneerden. Een overschot of tekort mag over maximaal 10 jaar worden gespreid. Het gaat als volgt in zijn werk:

  • Bij een dekkingsgraad van 120% is er een verhoging van 2%. De berekening is als volgt: 120% -/- 100% = 20% delen door 10 jaar ‘gespreide verwerking’ = 2%.
  • Bij een dekkingsgraad van 85% een verlaging van 1,5%. De berekening is als volgt: 85% -/- 100% = -/- 15% delen door 10 jaar ‘gespreide verwerking’ = -/- 1,5%.

Pensioenfondsen moeten de pensioenen korten zodra:

  • de dekkingsgraad 5 jaar lager dan 100% is (tijdfactor); of
  • de dekkingsgraad door de 90% bodem zakt.
  • Zie ook de tijdelijke noodmaatregel mogelijk gemaakt door de minister van SZW.

Premieregeling met beperkte risicodeling

Bedrijfstakpensioenfondsen kunnen ook voortaan de voordelen van de verbeterde premieregeling aan hun deelnemers bieden. Deze verbeterde premieregeling is op dit moment al mogelijk voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen.

Lifecycle-belegging

Het persoonlijk pensioenvermogen groeit met de jaren door de leeftijdsonafhankelijke premie-inleg en beleggingsresultaten. De pensioenuitvoerder kiest doorgaans voor lifecycle-beleggen. Bij een lifecycle wordt het beleggingsrisico afgestemd op de leeftijd van de deelnemer. De jongere deelnemer belegt bij een lifecycle-belegging risicovoller dan de oudere deelnemer. Naarmate de pensioenleeftijd nadert kiest de pensioenuitvoerder voor een minder risicovollere beleggingsmix. Dat is de standaard, de zogenoemde ‘default’. Dit heeft als keerzijde dat het nemen van minder risico de kans op een hoger rendement verlaagt. Of de deelnemer kiest er zelf voor van deze standaard af te wijken.

Afwijken van de lifecycle

Afhankelijk van de deelnemer is er misschien wel de wens risicovoller door te beleggen. De factor tijd in combinatie met offensievere beleggingen verhogen de kans op hogere beleggingsresultaten. Natuurlijk gaat dit gepaard met extra risico’s die de deelnemer bewust voor lief neemt.

Op pensioendatum zijn er wederom keuzes te maken. Waaronder de keuze of de deelnemer zijn pensioenuitkering vast wil stellen of (deels) variabel wil genieten. Een variabel pensioen fluctueert in tegenstelling tot een vastgesteld pensioen mee met de beleggingsresultaten. De afwijkingen kunnen in toom worden gehouden. Als regel geldt dat met de afname van de risico’s ook de winstkansen afnemen.

Risicodeling

De beleggingsrisico’s en/of de ontwikkeling van de levensverwachting worden bij een premieregeling met beperkte risicodeling niet collectief gedeeld. De deelnemer loopt individueel risico. In de 10-jaarsperiode voorafgaand aan het pensioen is het mogelijk het persoonlijke pensioenvermogen geleidelijk om te zetten in voorwaardelijke aanspraken, met een collectieve risicodeling tot gevolg. In het eerste jaar 10%, 2e jaar weer 10% etc. zodat ná bijvoorbeeld 5 jaar 50% van het persoonlijk pensioenvermogen is omgezet naar voorwaardelijke aanspraken. Vanaf de pensioenleeftijd is het persoonlijk pensioenvermogen volledig omgezet in een collectief pensioenvermogen. Te vergelijken met het huidige art. 63a PW (variabele pensioenuitkering). Bij een collectieve risicodeling delen de deelnemers en gepensioneerden de beleggingsrisico’s en sterfterisico’s (lang- en kortleven) door eventuele financiële schokken over een periode van 10 jaar te spreiden.

Neem contact op