Menu

Premieovereenkomst wat is dat?

Premieovereenkomsten zijn er in allerlei soorten en maten. De variëteit is enorm. In de basis is een premieovereenkomst een overeenkomst waarbij er geen pensioen maar een premie is afgesproken. De premies worden geïnvesteerd in beleggingsfondsen. Op pensioendatum wordt het bij elkaar belegde pensioenkapitaal gebruikt ter aankoop van een levenslang pensioen. De hoogte van het pensioen is afhankelijk van de onderstaande onderdelen: 

Relevante onderdelen premieovereenkomst

  • Beleggingsresultaten. De hoogte van het pensioenkapitaal is onder andere afhankelijk van de beleggingsresultaten. Welke aanbieder het beste beleggingsresultaat behaalt? Dat is vooraf niet te voorspellen en tevens geven behaalde rendementen uit het verleden geen garanties voor de toekomst. 
  • Premie-inleg. De premie-inleg is cruciaal, daar heeft u invloed op. Fiscaal zijn er wel beperkingen van kracht. Omdat de rente al geruime tijd laag is, is het gebruik van een marktrentestaffel (bijlage V) geen overbodige luxe. Meer hierover in het onderstaande ‘Voorbeeld premieovereenkomst’.
  • Levensverwachting. De levensverwachting neemt langzaam toe. Dat is prachtig, maar omdat het pensioen mogelijk langer wordt uitgekeerd heeft de hogere levensverwachting een negatief effect op de periodieke pensioenuitkering. 
  • Rente. Twee decennia geleden stond de rente nog op 4%. Toen kon u met een pensioenkapitaal van € 300.000 een levenslang pensioen van € 21.000 kopen. Met de huidige rente ongeveer € 11.500. Een verlaging van 45%. Met andere woorden; de kostprijs van het pensioen, varieert met de rente.
  • Variabel en/of vast. Sinds de inwerkingtreding van de Wet verbeterde premieregeling behoort een variabele pensioenuitkering ook tot de mogelijkheden naast de vaste variant.

Risico’s premieovereenkomst

De risico’s van een (zuivere) premieovereenkomst liggen bij de deelnemers. Dit in tegenstelling tot verzekerde middelloonregelingen of middelloonregelingen ondergebracht bij een pensioenfonds. Een pensioenfonds kan het pensioen wel verlagen als hij de verplichtingen op lange termijn niet kan nakomen. De nood is bij meerdere pensioenfondsen al enige jaren hoog, echter daar heeft de minister een oplossing voor gevonden. De oplossing is inmiddels verlengd tot 2022. Tot die tijd hoeft er alleen maar gekort te worden als de dekkingsgraad lager is dan 90%. Zie ook de tijdelijke noodmaatregel die al eerder door de minister van SZW is toegepast.

Voorbeeld premieovereenkomst

Premieovereenkomsten worden in grote verscheidenheid aangeboden. Neem bijvoorbeeld een 3% staffel. De premie-inleg van een 3% staffel neemt met de tijd als volgt toe:

Lasten uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.

Een premieovereenkomst streeft een opbouw gelijkwaardig aan een maximale middelloonregeling na. Een premieovereenkomst die gebruik maakt van een 3% staffel gaat uit van:

  • een marktrente op pensioendatum van minimaal 3% (op het moment is deze rente lager dan 0,5%);
  • een rendement tijdens de beleggingsperiode van 3%; en
  • eventueel verbeterde overlevingskansen worden met een positief rendement op de beleggingen verdisconteerd.

Hogere premie-inleg

Een lager of hoger rendement, een andere marktrente, overlevingskansen, de uitkomsten van al deze variabelen zijn van invloed en liggen bij een premieovereenkomst bij de werknemers. Een hogere premie-inleg kan de gevolgen van een lage rente beperken. Het staffelbesluit heeft meerdere bijlagen opgenomen die onder voorwaarden een hogere premie-inleg mogelijk maken. Onder de verschillende staffels respectievelijk premie-inleg.

Lasten uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.

Vertaling naar loonsom

Als we de premie-inleg vertalen naar een percentage van de loonsom zijn de verschillen als volgt (bij een inkomen van € 40.000):

  • Bijlage I (4%-staffel) gaat uit van 4% rente op pensioendatum. De premie bedraagt dan 4% (toeval) van het loon op 30- jarige leeftijd, bij 40 jaar 6% en bij 50 jaar 10%;
  • Bijlage IV (3%-staffel) gaat uit van 3% rente op pensioendatum. De premie bedraagt dan 7% van het loon op 30-jarige leeftijd, bij 40 jaar 9% en bij 50 jaar 12%; en
  • Bijlage V (martkrentestaffel) gaat uit van 1,5% rente op pensioendatum. De premie bedraagt dan 17% van het loon op 30-jarige leeftijd, bij 40 jaar 19% en bij 50 jaar 22%.

De marktrentestaffel uit het voorbeeld houdt dus onder andere rekening met een lagere rente (1,5%) op pensioendatum. Hierdoor is de premie op 30-jarige leeftijd viermaal zo hoog, vergeleken met de 4%-staffel. Het verschil vlakt af maar blijft aanzienlijk. De premie van een marktrentestaffel benadert dan ook de kostprijs van een middelloonregeling. Anno 2020 zijn de verschillen groter geworden, omdat de marktrente nog verder is gedaald.

Andere varianten in de praktijk

  • een afgeleide van het maximale staffelpercentage, bijvoorbeeld 80% van de 3% staffel. Dat maakt de regeling goedkoper en soberder; of
  • een vast percentage zonder leeftijdsafhankelijke staffel. Dit lijkt op de nieuwe premieovereenkomst echter de percentages die worden gebruikt zijn te laag om een adequaat pensioen te kunnen opbouwen. Vaak zijn de percentages lager dan 10% terwijl voor een goed pensioen het percentage minimaal 30% moet zijn.

Vast percentage

De regering wil deze laatste variant, een vast percentage (zie ook de pagina ‘het nieuwe pensioencontract’). Het fiscale maximum zal tussen de 30% en 33% van de pensioengrondslag komen te liggen. Een lager percentage is voordeliger maar leidt niet tot een adequaat pensioen. Tenzij variabelen zoals het beleggingsresultaat gunstig zijn (geweest). Beter is het om wel zo veel mogelijk in te leggen. Om bijvoorbeeld tegenvallende beleggingsresultaten op te vangen. Als uiteindelijk blijkt dat tijdens de opbouwperiode alles heeft meegezeten kan de deelnemer van een hoger pensioen genieten. Of eerder met pensioen gaan.    

Neem contact op